Chapter 3
Hoofdstuk 3: De Slakken van de Stilte
De bemanning van De Snuffel arriveert bij de verborgen planeet in het Banterstelsel, waar ze een vreemd, slakkenachtig ecosysteem ontdekken dat de thuisbasis van de mopshondjes lijkt te beschermen. Grommel leidt hen naar een ondergrondse grot, waar ze een oud mechanisme vinden dat de energiekernen van de mopshondjes kan stabiliseren. De humanoïde katachtige valt aan, maar een onverwachte alliantie met een groep intelligente slakken helpt de bemanning te ontsnappen. Bella Vonkel onthult dat ze werkt voor een organisatie die de mopshondjes wil exploiteren, maar twijfelt aan haar loyaliteit. Het hoofdstuk eindigt met een cliffhanger: de ster Tuffel dooft sneller dan verwacht, en het raamwerk voor de redding krimpt.
De Snuffel gleed geruisloos door de schaduw van de ster Tuffel. Het Banterstelsel lag voor hen, een wirwar van stof en vergeten manen. Kapitein Knor staarde naar de hoofdscheerm, waar een kleine, groene planeet langzaam zichtbaar werd. 'Daar is het,' bromde hij, zijn neus trillend. 'De thuisbasis van de mopshondjes.'
Dr. Kwispel tikte op haar datablad. 'De atmosfeer is ademend, maar de zwaartekracht is lager dan op aarde. We kunnen landen, maar voorzichtig.'
Agent Snuffel stond bij de luiken, zijn zaklamp al in zijn poot. 'Ik ruik iets vreemds. Vochtig. En... zoet.'
Professor Poot bladerde door zijn notitieboekjes, zijn bril op het puntje van zijn neus. 'Volgens mijn kaart is er een grottenstelsel onder het oppervlak. Daar moeten de mopshondjes zijn. Maar de symbolen waarschuwen voor een valstrik.'
Bella Vonkel leunde tegen de muur, haar felgekleurde haar in een strakke knot. 'Een valstrik, professor? Of een test? De stem uit de boodschap zei dat we moesten vertrouwen op wie snuffelt, niet op wie spreekt. Misschien moeten we eerst luisteren naar de stilte.'
Knor knikte. 'We gaan naar buiten. Grommel, jij blijft bij Dr. Kwispel. En jij, Bella, houd je ogen open.'
De landing was zacht. De planeet was bedekt met een dikke, groene moslaag die zachtjes oplichtte in het schemerdonker. Overal lagen vreemde, glibberige sporen, alsof er iets zwaars overheen was getrokken. 'Slakken,' mompelde Dr. Kwispel, terwijl ze een monster nam. 'Grote, intelligente slakken. Hun sporen bevatten een enzym dat de energiekernen van de mopshondjes stabiliseert.'
Grommel sprong uit het schip en rende meteen naar een opening in de moslaag. Hij blafte zachtjes, alsof hij de weg wees. 'Hij voelt zich thuis,' zei Knor. 'Volgen.'
De tunnel was donker en vochtig. Overal hingen druppels van een kleverige substantie. Agent Snuffel scheen met zijn zaklamp, maar het licht weerkaatste op duizenden kleine oogjes die hen vanuit de schaduwen aankeken. 'Slakken,' siste hij. 'Overal.'
Plotseling klonk een diep, gorgelend geluid. De slakken kwamen in beweging, een langzame, maar meedogenloze golf. 'Ze beschermen iets,' riep Dr. Kwispel. 'Grommel, leid ons!'
Het wezentje rende verder, dieper de grot in. Achter hen hoorden ze het schrapen van slakkenhuizen tegen steen. De tunnel mondde uit in een grote, ondergrondse zaal, gevuld met een zacht, blauw licht. In het midden stond een oud mechanisme, bedekt met dezelfde symbolen als op het ruimtestation.
'Dit is het,' fluisterde Professor Poot. 'De sleutel. Het stabiliseert de energiekernen, zodat de mopshondjes niet ontploffen als de ster dooft.'
Maar voordat hij verder kon praten, klonk er een luid gekraak. De muur achter hen barstte open, en de humanoïde katachtige stapte naar voren, zijn ogen gloeiend. 'Jullie zijn te laat. De ster dooft over twee dagen, niet drie. Ik heb het tijdsvenster aangepast.'
Agent Snuffel trok zijn zaklamp, maar het wezen lachte. 'Die speeltjes helpen niet. Jullie zijn omringd door mijn slakken. Ze doen wat ik zeg.'
Bella Vonkel stapte naar voren. 'Niet allemaal, denk ik.' Ze floot zachtjes, en de slakken om hen heen bleven staan. 'Ik werk voor een organisatie die dit station heeft gebouwd, lang geleden. De slakken zijn geprogrammeerd om te luisteren naar een specifieke frequentie. En ik ken die frequentie.'
De katachtige gromde. 'Verraadster.'
'Integendeel,' zei Bella. 'Ik ben hier om de mopshondjes te redden. Mijn opdrachtgever wil ze exploiteren, maar ik heb gezien wat er gebeurt als hun energie wordt misbruikt. Dat wil ik niet.'
Ze drukte op een knop op haar datablad, en de slakken begonnen zich terug te trekken, een pad vrijmakend naar het mechanisme. 'Schiet op, kapitein. Activeer het voordat de ster dooft.'
Knor sprong naar voren, zijn poot op het centrale paneel. Dr. Kwispel las de symbolen voor, terwijl Professor Poot zijn notitieboekjes raadpleegde. 'De volgorde is: ster, maan, hart, vlam,' zei hij. 'Druk ze in die volgorde in.'
Knor volgde de instructies. Het mechanisme begon te zoemen, een blauwe gloed verspreidde zich door de zaal. Boven hen, door een opening in het plafond, zagen ze de ster Tuffel flikkeren. Het licht doofde langzaam, maar het mechanisme hield een klein, stabiel punt van licht vast. 'Het werkt,' fluisterde Dr. Kwispel. 'De mopshondjes zijn veilig.'
Maar de katachtige was nog niet verslagen. Hij sprong naar voren, zijn klauwen uitgestrekt. 'Jullie zullen boeten voor deze inmenging!'
Agent Snuffel dook opzij, maar Grommel sprong voor hem, een klein, pluizig schild. Het wezen aarzelde, en in die fractie van een seconde greep Bella de kans. Ze richtte een apparaatje op de katachtige en vuurde. Een vlaag van energie trof hem, en hij verstijfde, zijn ogen wijd open. 'Een verstijvingsstraal,' zei ze kalm. 'Ik had hem nog niet gebruikt. Maar ik bewaarde hem voor een speciale gelegenheid.'
Terug op De Snuffel analyseerden ze de gegevens. De mopshondjes waren veilig op de planeet, hun energiekernen gestabiliseerd. Maar de ster Tuffel doofde nu volledig, en het raamwerk voor verdere actie kromp. 'We hebben twee dagen om de rest te vinden en ze hier te brengen,' zei Knor. 'Anders zijn ze verloren in de duisternis.'
Bella Vonkel zat in een hoek, haar datablad in haar handen. 'Ik heb een keuze gemaakt,' zei ze zacht. 'Maar mijn opdrachtgever zal niet blij zijn. Hij zal me zoeken. Ik ben nu een doelwit.'
Knor legde een poot op haar schouder. 'Je bent een bondgenoot, Bella. En we laten niemand achter.'
Buiten, in de stilte van de ruimte, leek de ster Tuffel te fluisteren: 'Snuffel verder, kleine helden. De waarheid is dichtbij, maar het gevaar ook.'
En de bemanning wist: het avontuur was nog maar net begonnen.